Dinsdagochtend, standup. Iemand noemt een probleem en jij weet het antwoord al voordat de zin af is. Niet omdat je zo scherp bent, maar omdat het hetzelfde probleem is als in maart, en als in oktober daarvoor. Je zegt het, iedereen knikt, en je voelt precies niets.
Dat gevoel wordt vaak vertaald naar iets somberders dan het is. Je denkt dat je vastgelopen bent, of dat er iets mis is met je motivatie. Meestal is er iets veel simpelers aan de hand: je bent klaar met leren op deze plek.
Een dip ziet er anders uit dan een afgelopen leercurve
Het verschil is de moeite waard, want de oplossingen zijn tegengesteld. Bij een dip helpt rust: vakantie, minder uren, een periode waarin je niet elke avond doorwerkt. Bij een afgelopen leercurve helpt rust helemaal niets. Je komt uitgerust terug en zit binnen twee weken weer in dezelfde leegte.
Een dip is meestal breed. Je hebt ook thuis nergens zin in, je slaapt slechter, je sport minder. Een afgelopen leercurve is opvallend smal. Buiten werk gaat het prima, soms zelfs beter dan ooit, en je merkt dat je energie zich verplaatst heeft naar dingen die met je baan niets te maken hebben. Je bouwt iets in het weekend, je verdiept je in een onderwerp waar niemand op kantoor naar vraagt.
Een tweede test: stel je voor dat je morgen dezelfde functie bij een ander bedrijf krijgt, iets betere voorwaarden, iets ander product. Word je daar blij van of moe van? Als dat idee je ook niets doet, gaat het waarschijnlijk om iets breders dan je werkgever. Als je bij dat idee opveert, zit het probleem in de plek, niet in jou.
Rust repareert een dip. Rust repareert nooit een leercurve die is afgelopen.
De signalen, en ze zijn concreter dan je denkt
Uitgeleerd zijn is geen gevoel dat je op een ochtend hebt. Het is een patroon dat je achteraf herkent. Deze vier komen bijna altijd samen voor:
- Je verrast jezelf niet meer. Je weet aan het begin van een project al hoe het eindigt, inclusief de fouten die onderweg gemaakt gaan worden.
- Het verkeer loopt één kant op. Collega’s vragen jou van alles, jij vraagt niemand meer iets. Er is niemand in het gebouw meer van wie je iets wilt afkijken.
- Je energie ligt buiten werk. Het interessantste wat je deze maand hebt geleerd, heeft niets met je functie te maken.
- Je bent bezig met de vorm, niet met de inhoud. Je let op wie in welke meeting zit en hoe iets overkomt, omdat er inhoudelijk niets meer te winnen valt.
Herken je er drie of vier, dan is dat geen karakterfout en ook geen ondankbaarheid. Het is informatie. Een leercurve loopt in de meeste functies na anderhalf tot drie jaar af, en bij een klein team of een smal product sneller. Dat is normaal en het zegt niets slechts over het bedrijf.
Wat je eerst probeert, voordat je iets opzegt
Vertrekken is duur, in tijd en in zenuwen. Doe daarom eerst een serieuze poging binnen. Serieus betekent: een concreet voorstel, geen vage klacht over uitdaging. Managers kunnen niets met het woord uitdaging. Ze kunnen wel iets met een specifiek verzoek.
Bedenk drie dingen die je in dit gebouw nog zou willen leren en die het bedrijf ook helpen. Een ander team voor twee dagen per week. Het technisch begeleiden van de nieuwe junior. Meedraaien bij het onderdeel waar je nu alleen output van ziet. Een project dat aantoonbaar buiten je huidige takenpakket ligt. Vraag daar één van, met een datum erbij.
Geef het daarna een echte termijn. Drie maanden is redelijk: lang genoeg om iets te laten landen, kort genoeg om niet nog een jaar te verliezen. Zet die datum in je agenda en schrijf er nu al bij wat je op die dag wilt zien. Anders schuift hij vanzelf op, want er is altijd een reorganisatie of een drukke periode die het uitstelt.
Kort samengevat
Vraag niet om meer uitdaging maar om één concrete verandering, met een startdatum.
Geef het drie maanden en zet de evaluatiedatum nu in je agenda.
Gebeurt er niets, dan heb je geen twijfel meer maar een antwoord. Begin dan te zoeken terwijl je nog in dienst bent.
Zeg pas op als je handtekening onder het volgende contract staat.
Hoe lang je blijft, en waarom timing er echt toe doet
Onder de anderhalf jaar wordt bijna elke overstap in een sollicitatiegesprek uitgevraagd. Niet als afrekening, wel als vraag. Eén korte periode op je cv legt niemand je aan; twee of drie achter elkaar wel. Als je nu tien maanden zit, is doorbijten tot ergens boven het jaar vaak de goedkoopste investering die je kunt doen.
Zit je er langer dan drie jaar, dan gaat de vraag de andere kant op. Dan wil men weten wat er in jaar twee en drie is veranderd. Kun je daar niets op zeggen, dan valt precies op wat dit artikel beschrijft. Daarom is het slim om, ook als je blijft, elk jaar iets te kunnen benoemen dat je vorig jaar nog niet kon.
Reken er verder op dat een zoektocht naar een serieuze volgende stap in Nederland al gauw twee tot vier maanden kost, van eerste gesprek tot getekend contract, met een opzegtermijn van meestal een maand daar bovenop. Begin dus eerder dan je wilt. De zoektocht voeren terwijl je nog salaris krijgt is niet alleen rustiger, het maakt je in gesprekken ook merkbaar minder gretig, en dat merken ze.
Waarom je niet opzegt zonder iets om naartoe te gaan
Zelf ontslag nemen heeft in Nederland een harde consequentie: je hebt in principe geen recht op een WW-uitkering, omdat je dan als verwijtbaar werkloos geldt. Ook een transitievergoeding krijg je alleen bij een beëindiging die van de werkgever uitgaat, niet als jij zelf de deur dichtdoet. Dat betekent dat de kosten van opzeggen zonder plan volledig op je eigen rekening komen.
Reken het eens uit. Stel dat je zonder baan drie maanden overbrugt bij vaste lasten van 1.900 euro per maand. Dan kost een schone start je 5.700 euro plus de zenuwen die erbij horen. Kan dat, en heb je die buffer, dan is het een legitieme keuze. Heb je die niet, dan koop je met opzeggen geen vrijheid maar tijdsdruk, en tijdsdruk levert slechte keuzes op. Je neemt dan in maand twee precies zo’n baan aan als waar je uit weg bent gegaan.
Wordt er een vaststellingsovereenkomst voorgesteld, teken die nooit ter plekke. Je hebt bedenktijd en het is verstandig om een jurist of je vakbond ernaar te laten kijken, ook als het aanbod redelijk lijkt. De bewoordingen bepalen of je aanspraak op WW houdt.
Netjes weggaan is niet aardig zijn, het is verstandig
De Nederlandse arbeidsmarkt is in de meeste vakgebieden verrassend klein. Je oud-manager kent iemand bij het bedrijf waar je over vier jaar solliciteert. Dat is geen reden om te blijven, wel om je laatste zes weken serieus te nemen.
- Vertel het je leidinggevende eerst, persoonlijk, voordat het via anderen rondgaat.
- Zeg wat waar is en houd het kort: je hebt hier geleerd wat er te leren viel en je wilde iets anders. Geen opsomming van grieven bij het afscheid.
- Zorg dat het werk overdraagbaar is. Schrijf op wat alleen jij weet, ook de dingen die niemand je gevraagd heeft.
- Bedank de twee of drie mensen die er echt toe deden, apart en niet in een groepsapp.
Wat je vooral niet doet, is het exitgesprek gebruiken als afrekening. Het verandert zelden iets aan het bedrijf en het verandert altijd iets aan hoe men zich jou herinnert.
Over een halfjaar zit je weer in een standup waar iemand een probleem noemt. Het verschil is dat je het antwoord dan niet weet. Dat voelt ongemakkelijk en dat is precies het punt.



