Bij de lunch zit iemand van een ander team te vertellen over zijn rendement dit jaar. Hij noemt een percentage, iemand anders noemt een hoger percentage, en jij prikt in je bakje pasta en zegt niets. Je hebt 4.000 euro op een spaarrekening staan, je weet vaag dat sparen je koopkracht kost, en je hebt het gevoel dat je iets laat liggen waar de rest al drie jaar mee bezig is.
Dit stuk is geen advies. Ik weet niet wat jij verdient, hoe zeker je baan is, of je over drie jaar wilt kopen of een kind wilt. Wat hieronder staat, is hoe het mechanisme werkt, zodat je zelf kunt beoordelen of het bij je past. Voor een keuze die op jouw situatie is toegesneden, ga je naar een onafhankelijk financieel adviseur.
Beleggen is stap drie, niet stap een
Er zijn twee dingen die vrijwel altijd voorgaan, en die zijn allebei saai.
Het eerste is een buffer. Reken op drie tot zes maanden vaste lasten op een spaarrekening waar je binnen een dag bij kunt. Als je vaste lasten 1.600 euro per maand zijn, praat je dus over 4.800 tot 9.600 euro. Dat geld belegt niet mee, en dat hoort ook niet. De hele functie ervan is dat je bij een kapotte auto of een niet verlengd contract niet gedwongen wordt om je beleggingen te verkopen op precies het verkeerde moment.
Het tweede zijn dure schulden. Een rood staand saldo, een creditcardschuld, een persoonlijke lening, achterstallige rekeningen bij een incassobureau: reken daar op ergens tussen de 10 en 14 procent rente, soms meer. Een schuld aflossen tegen 12 procent is wiskundig hetzelfde als een gegarandeerd rendement van 12 procent behalen, alleen dan zonder risico. Dat verslaat elke belegging waar iemand je iets over gaat vertellen.
Je studieschuld bij DUO valt hier meestal buiten. Die rente is voor de meeste cohorten laag en de aflossing is inkomensafhankelijk, dus dat is een ander gesprek dan een creditcard van 14 procent.
Een schuld aflossen tegen 12 procent is hetzelfde als een gegarandeerd rendement van 12 procent, alleen dan zonder risico.
Wat 100 euro per maand ongeveer doet
Honderd euro per maand voelt als weinig. Over twintig jaar leg je er 24.000 euro in. Wat daar theoretisch uit kan komen, hangt volledig af van het rendement, en dat kent niemand vooraf. Daarom twee scenario s in plaats van een getal.
Rekenvoorbeeld: 100 euro per maand, twintig jaar
Inleg: 240 keer 100 euro is 24.000 euro. Dat deel is zeker.
Bij een gemiddeld rendement van 4 procent per jaar na kosten kom je grofweg uit op 36.000 tot 37.000 euro. Bij 6 procent op ergens rond de 46.000 euro.
Het verschil tussen die twee uitkomsten is bijna 10.000 euro, en dat verschil is precies het stuk dat je niet in de hand hebt. Wat je wel in de hand hebt: dat je de 24.000 euro er daadwerkelijk in stopt, en wat je aan kosten betaalt.
Dit is een rekenvoorbeeld, geen prognose. Rendement uit het verleden zegt niets over wat jij gaat halen, en je kunt minder overhouden dan je hebt ingelegd.
De belangrijkste variabele in die som is niet het rendement en ook niet het instapmoment. Het is of je twintig jaar lang blijft inleggen, ook in de jaren waarin het lelijk staat. Dat is een gedragsvraag, geen rekenvraag.
Timing is niet je probleem, doorgaan is dat wel
De vraag die bijna iedereen als eerste stelt: is dit een goed moment. Het eerlijke antwoord is dat je dat pas achteraf weet, en dat je met wachten op het juiste moment structureel slechter af bent dan met gewoon beginnen.
Periodiek inleggen haalt dat probleem grotendeels weg. Als je elke maand op dezelfde dag hetzelfde bedrag inlegt, koop je automatisch meer stukken als de koersen laag staan en minder als ze hoog staan. Je gemiddelde aankoopprijs wordt daarmee het gemiddelde over vele momenten, en niet het toevallige moment waarop jij besloot dat je er klaar voor was. Het maakt je niet immuun voor een slechte periode. Het maakt alleen dat een enkele ongelukkige dag geen doorslaggevende invloed heeft.
Zet het daarom op automatische incasso, dezelfde dag als je salaris binnenkomt. Niet omdat automatiseren magisch is, maar omdat de maandelijkse beslissing om het toch maar te doen de enige is die je op een gegeven moment gaat overslaan.
Kosten zijn het enige dat wel vaststaat
Rendement is onzeker, kosten niet. Die worden elk jaar afgeschreven, in goede en in slechte jaren, en ze stapelen op.
Neem dezelfde inleg van 100 euro per maand gedurende twintig jaar. Stel dat je op een brutorendement van 6 procent zou uitkomen. Betaal je alles bij elkaar 0,3 procent per jaar aan kosten, dan hou je grofweg 45.000 euro over. Betaal je 1,3 procent per jaar, dan zit je rond de 41.000. Dat is ruim vierduizend euro verschil op een inleg van 24.000 euro, zonder dat je er iets voor terugkrijgt.
Kijk daarom naar het totaal: de lopende kosten van het fonds zelf, de servicekosten van de partij waar je het aanhoudt, en eventuele transactiekosten per inleg. Die laatste tikken hard aan bij kleine maandbedragen. Ik noem hier bewust geen namen van aanbieders of fondsen, want dat zou een aanbeveling zijn en die kan ik niet doen zonder jouw situatie te kennen. Vergelijk zelf, en reken de kosten om naar euro s per jaar in plaats van percentages, dan wordt het concreet.
Spreiding is het enige gratis voordeel
Bij vrijwel alles in geld geldt: meer rendement betekent meer risico. Spreiding is de uitzondering. Door je geld over veel bedrijven, sectoren en landen te verdelen, verlaag je het risico dat een enkel bedrijf of een enkele sector je hele inleg meesleurt, zonder dat je daar rendement voor hoeft in te leveren.
Praktisch betekent dat: het geld van een collega in drie aandelen die hij interessant vindt, is iets heel anders dan hetzelfde bedrag verdeeld over duizenden bedrijven. Als een van zijn drie omvalt, is een derde weg. In het brede geval merk je het nauwelijks. Diezelfde logica geldt voor je werkgever: als je ook nog aandelen van het bedrijf hebt waar je werkt, hangen je inkomen en je vermogen aan dezelfde spijker.
Wat spreiding niet doet
Spreiding beschermt je niet tegen een brede daling. Als de hele markt twintig procent zakt, zakt jouw brede portefeuille ook ongeveer twintig procent. Het enige wat spreiding wegneemt, is het risico dat je specifiek bij een verkeerd bedrijf zat.
Je moet kunnen leven met min dertig procent op papier
Dit is het deel waar de meeste mensen overheen lezen, en het is het deel dat bepaalt of je het volhoudt. Een brede aandelenportefeuille kan tussentijds dertig tot vijftig procent in waarde dalen. Niet als rampscenario, maar als iets wat in twintig jaar gewoon een keer voorkomt.
Vertaal dat naar jouw bedragen. Na vijf jaar honderd euro per maand heb je 6.000 euro ingelegd. Bij een daling van dertig procent staat er op je scherm iets van 4.500 euro, en heb je dus op papier anderhalf duizend euro verloren van geld dat je zelf hebt ingelegd. De vraag is niet of dat vervelend is. De vraag is of je dan blijft inleggen of dat je verkoopt. Wie op dat moment verkoopt, zet een papieren verlies om in een echt verlies en mist bovendien het herstel.
Dat is ook de reden waarom beleggen alleen zin heeft voor geld dat je de komende tien tot vijftien jaar niet nodig hebt. Wil je over drie jaar een huis kopen of ga je binnenkort verbouwen, dan hoort dat geld op een spaarrekening, hoe saai dat ook aanvoelt.
Box 3 in het kort
Zolang je vermogen onder het heffingsvrije bedrag blijft, betaal je in box 3 niets. Dat bedrag ligt rond de 57.000 euro per persoon, en voor fiscaal partners samen dus ongeveer het dubbele. Met 100 euro per maand duurt het jaren voor je daar in de buurt komt.
Kom je er wel boven, dan is dit het idee: de Belastingdienst kijkt naar je bezittingen op 1 januari en rekent met een verondersteld rendement, waarbij voor beleggingen een hoger percentage geldt dan voor spaargeld. Over dat veronderstelde rendement betaal je belasting. Behaal je in werkelijkheid minder, dan bestaat er een regeling om dat aan te tonen. De percentages en drempels veranderen bijna jaarlijks, dus kijk de actuele cijfers na bij de Belastingdienst voordat je iets doorrekent.
Als je hierna nog steeds wilt beginnen, begin dan klein en automatisch, en kijk er de eerste jaren zo min mogelijk naar. Twijfel je over de bedragen of over de vraag of dit bij jouw plannen past, leg het dan een keer voor aan een onafhankelijk adviseur. Dat kost je een paar honderd euro en het is aanzienlijk goedkoper dan het jaren op de verkeerde manier doen.



