Onafhankelijk magazine

Geld & Gevoel

Voor mannen van 23 tot 35

Geld in je relatie: het gesprek voor je gaat samenwonen

Abstracte cover in de huisstijl van Geld & Gevoel

Jullie staan in een lege woonkamer met een makelaar die op zijn horloge kijkt. Onderweg terug hebben jullie het over waar de bank komt, of dat groen op de muur kan, en of jullie de sleutels voor of na de zomer krijgen. Wat jullie niet bespreken: wie welk deel van de huur betaalt, wat er nog openstaat bij DUO en wat er gebeurt met dat geld als het over een jaar toch niet werkt.

Dat is niet dom of naief. Het is gewoon hoe het meestal gaat. Samenwonen voelt als een romantische stap en het is er ook een. Maar praktisch gezien tekenen twee mensen hier voor een gezamenlijke financiele huishouding, meestal zonder er een woord over vast te leggen.

Samenwonen is de grootste financiele beslissing die de meeste stellen nemen zonder er een zin over op papier te zetten.

Waarom dit gesprek zo ongemakkelijk voelt

Het gesprek voelt alsof je aan het rekenen bent over iets wat niet uitgerekend hoort te worden. Alsof je met een voorbehoud begint. En bij mannen speelt er vaak nog iets bij: als jij minder verdient, wil je er niet over beginnen, en als jij meer verdient, wil je niet klinken alsof je de baas speelt.

Toch is het omgekeerd. Stellen die dit vooraf regelen ruzien er later minder over, want de meeste geldruzies gaan niet over bedragen maar over aannames waar nooit iemand hardop iets van heeft gezegd. Je regelt dit niet omdat je twijfelt aan de relatie. Je regelt het zodat je er de komende jaren niet steeds op terug hoeft te komen.

Wat jullie echt van elkaar moeten weten

Je hoeft geen jaarrekening te overleggen. Maar er is een minimum aan feiten dat je van elkaar moet kennen voordat je een huurcontract of een hypotheek tekent.

  • Netto maandinkomen en de vorm ervan. Vast contract, tijdelijk contract, zzp met een grillig jaar. Dat laatste bepaalt hoeveel buffer jullie samen nodig hebben.
  • Studieschuld bij DUO. Hoeveel staat er open en wat is de maandtermijn. Dit is de meest verzwegen post, terwijl hij bij een hypotheekaanvraag gewoon meetelt.
  • Andere schulden. Doorlopend krediet, creditcardsaldo, een telefoon op afbetaling, achterstallige belastingaanslagen, geld geleend van ouders. Alles wat maandelijks afgaat.
  • Spaargedrag, niet spaarsaldo. Hoeveel gaat er per maand opzij en gebeurt dat automatisch of aan het eind van de maand als er iets over is. Dit voorspelt meer dan het bedrag op de rekening.
  • Verwachtingen over de komende vijf jaar. Kinderen, minder werken, een opleiding, een periode zonder inkomen, ouders die ondersteuning nodig hebben. Dit hoort in hetzelfde gesprek, want het bepaalt wat jullie nu opzij moeten zetten.

De vier vragen die het gesprek openen

Als je niet weet hoe je begint, zijn dit vier vragen die zelden verkeerd vallen. Wat komt er bij jou netto binnen en wat gaat er vast af. Wat staat er nog open bij DUO of elders. Wat is voor jou een normaal bedrag om zonder overleg uit te geven. En: wat vind jij eerlijk als de een structureel meer verdient dan de ander. Die laatste is de belangrijkste, want daar zit bijna altijd het echte verschil.

Drie manieren om de kosten te verdelen

Er is geen juiste, er is alleen een die bij jullie inkomens past. Deze drie kom je in de praktijk tegen.

  1. Alles gelijk. Ieder de helft van huur, energie, boodschappen. Simpel en overzichtelijk, en prima zolang jullie inkomens dicht bij elkaar liggen. Bij een verschil van meer dan een paar honderd euro netto gaat het knellen: de een spaart, de ander komt niet rond.
  2. Naar rato van inkomen. Ieder betaalt hetzelfde percentage van zijn netto inkomen aan de gezamenlijke lasten. Dit voelt voor de meeste stellen met ongelijke inkomens het meest eerlijk. Nadeel: je moet het opnieuw doorrekenen bij elke salarisverandering, dus zet een jaarlijkse check in de agenda.
  3. Gezamenlijke pot met eigen ruimte. Alle vaste lasten en boodschappen gaan van een gezamenlijke rekening, waar ieder een afgesproken bedrag op stort, gelijk of naar rato. Wat daarna overblijft is van jezelf, zonder verantwoording. Dit werkt goed omdat het de dagelijkse discussie weghaalt zonder dat je financieel volledig in elkaar op gaat.

Kort gerekend: naar rato

Jij hebt 2.400 euro netto, je partner 3.400. Samen 5.800. Jouw aandeel is dan ongeveer 41 procent, dat van je partner 59 procent. Bij 2.200 euro aan gezamenlijke vaste lasten betaal jij grofweg 900 euro en je partner 1.300.

Bij een gelijke verdeling zou je allebei 1.100 betalen. Voor jouw partner is dat 200 euro minder, voor jou 200 euro meer, en precies daar zit het verschil tussen sparen en net rondkomen. Reken beide varianten een keer uit voordat je kiest.

Het samenlevingscontract: wat het wel en niet regelt

Een samenlevingscontract bij de notaris kost grofweg vier- tot zevenhonderd euro en is voor de meeste stellen die gaan samenwonen de moeite waard. Wat erin staat bepalen jullie zelf, maar het regelt in de kern drie dingen: wie welke kosten draagt, wat van wie is, en hoe je uit elkaar gaat als het misloopt.

Twee praktische redenen die vaak vergeten worden. Veel pensioenregelingen keren alleen partnerpensioen uit als je partner is aangemeld, en sommige regelingen vragen daarvoor een notarieel contract. En voor de Belastingdienst word je met zo’n contract fiscaal partner, wat gevolgen heeft voor de aangifte en voor toeslagen.

Dat laatste punt onderschatten mensen. Zodra jullie toeslagpartners zijn, telt het gezamenlijke inkomen mee. Huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen daardoor lager worden of helemaal vervallen. Dat kan al ingaan op het moment dat jullie op hetzelfde adres staan ingeschreven, dus reken dit door voordat je verhuist en geef wijzigingen op tijd door. Een terugvordering achteraf is een vervelende manier om erachter te komen.

Aan de andere kant zit er ook voordeel in. Fiscaal partners mogen bepaalde posten in de aangifte onderling verdelen, waaronder het vermogen in box 3, en dat kan gunstig uitpakken. Reken het door of laat het doorrekenen; dit is geen advies, dit is alleen het signaal dat er iets te kiezen valt.

Als het huis op een naam staat

Dit is de situatie waar het het vaakst misgaat. De een koopt, bijvoorbeeld omdat hij een schenking kreeg of alleen genoeg kon lenen. De ander trekt in en betaalt mee: een deel van de hypotheeklasten, de nieuwe keuken, de badkamer.

Zonder afspraken bouwt die tweede persoon niets op. De waardestijging is volledig van de eigenaar. Wie jarenlang meebetaalde aan een verbouwing kan daar juridisch soms iets van terugvorderen, maar dat is een vervelende discussie achteraf en de uitkomst is verre van zeker.

Wat je dan vastlegt

Leg in het contract vast wie eigenaar is, wat de ander maandelijks bijdraagt en hoe die bijdrage wordt gezien: als woonvergoeding, vergelijkbaar met huur, of als investering. Kies je voor investering, spreek dan af of de ander bij verkoop het nominale bedrag terugkrijgt of een percentage van de overwaarde. Dat verschil kan na acht jaar tienduizenden euro’s schelen. Hetzelfde geldt bij huur: staan jullie allebei op het huurcontract of niet, want wie er niet op staat heeft bij een breuk geen recht op de woning.


Wat er gebeurt als het uitgaat

Niemand wil dit hoofdstuk schrijven, en juist daarom is het het waardevolste deel van het contract. Zonder afspraken geldt in grote lijnen: van wie het is, blijft van hem, en wat op beide namen staat is van jullie samen. Klinkt logisch, tot je merkt dat bijna niemand nog weet wie de bank betaalde en wie de wasmachine.

Drie dingen die je nu kunt regelen en die het later eenvoudig houden. Houd een simpele lijst bij van grote aankopen boven pakweg vijfhonderd euro en van wie ze zijn. Spreek af hoe lang de een in de woning mag blijven na een breuk, bijvoorbeeld twee of drie maanden. En spreek af wat er gebeurt met een gezamenlijke spaarpot: verdelen naar inleg of gelijk verdelen.

Voor de details van een contract ga je naar een notaris, en voor een hypotheek of de vraag of versneld aflossen slim is naar een onafhankelijk financieel adviseur. Dit stuk is geen advies over jouw situatie, alleen een lijst van wat er te bespreken valt.

Hoe je dit gesprek voert zonder dat het een onderhandeling wordt

Plan het los van een verhuizing of een bezichtiging, want dan staat er geen deadline op. Neem een avond, neem allebei je bankapp erbij en begin met de feiten in plaats van met de gevoelens: inkomen, vaste lasten, schulden, spaargeld. Feiten maken het gesprek zakelijk, en zakelijk is hier precies wat je wilt.

Kies daarna een model voor de kosten en spreek af dat jullie er over een jaar opnieuw naar kijken. Dat maakt de keuze lichter, want niets wat je vanavond afspreekt hoeft voor altijd te gelden.

En als je merkt dat je het gesprek al drie keer hebt uitgesteld, dan is dat op zichzelf ook informatie. Meestal niet over het geld, maar over iets wat je nog niet hardop hebt gezegd.