Je logt in bij DUO omdat je adres moet worden aangepast, en dan zie je het getal weer staan. 21.400 euro. Je zit inmiddels twee jaar in je eerste echte baan, je hebt net je eerste loonsverhoging gehad, en toch begint elk gesprek over een huis of over sparen bij jou een streepje onder nul. Je klikt het scherm weg en denkt er die avond nog drie keer aan.
Dat gevoel klopt niet helemaal met de cijfers, en dat is precies wat het zo taai maakt. De maandlast is meestal beheersbaar. De gedachte eraan is dat niet.
Waarom het zwaarder voelt dan het weegt
Een studieschuld gedraagt zich anders dan elke andere schuld die je kent. Er staat geen aanmaning tegenover, er belt niemand, en als je inkomen laag is hoef je even niets te betalen. Toch voelt het als een steen, omdat het de enige post is die je bij elk toekomstplan meesleept.
Er zit ook iets oneerlijks in. Je hebt het geld niet uitgegeven aan iets waar je nu plezier van hebt. Het ging op aan huur, boodschappen en collegegeld in een periode waarin je geen keuze had. Je kijkt terug op vier jaar waarvan je vooral het bedrag overhield.
De schuld kost je misschien zeventig euro per maand. De gedachte eraan kost je aanzienlijk meer.
Het is nuttig om die twee dingen uit elkaar te trekken. Het bedrag is een feit dat je kunt opzoeken en doorrekenen. Het gevoel is iets anders, en dat lost niet op door sneller af te lossen. Dat merken mensen die klaar zijn met aflossen ook: het bedrag is weg, het idee dat ze achterliepen blijft nog een tijd hangen.
Hoe de aflossing echt werkt
Veel mensen weten verrassend weinig over hun eigen regeling, terwijl het in een kwartier te overzien is. De hoofdlijnen.
- Er is eerst een aanloopfase. Na je afstuderen heb je een periode waarin je nog niet hoeft af te lossen. Je mag het wel, en in die jaren loopt de rente gewoon door.
- Daarna volgt de aflosfase. Hoe lang die duurt hangt af van je stelsel. Wie onder het leenstelsel viel heeft 35 jaar, wie onder de oudere regeling of onder de herinvoering van de basisbeurs valt meestal 15 jaar. Kijk dit na, want het scheelt enorm in je maandbedrag.
- Je betaalt naar draagkracht. Er geldt een inkomensgrens waaronder je niets hoeft te betalen. Verdien je meer, dan betaal je een vast percentage van het deel boven die grens. Bij een laag inkomen kan je maandbedrag dus nul zijn zonder dat je in de problemen zit.
- Wat na de aflosfase openstaat, wordt kwijtgescholden. Dat is geen kleine bijzin. Het betekent dat je nooit tot je pensioen aan een restschuld vastzit.
- Extra aflossen mag altijd en kost geen boete. Anders dan bij een persoonlijke lening.
Wat je in tien minuten kunt opzoeken
Log in bij DUO en noteer vier dingen: je actuele restschuld, je rentepercentage, het aantal jaren van je aflosfase en je huidige maandtermijn. Dat lijstje is de basis voor elke beslissing hierna, en zolang je die vier getallen niet kent, praat je met jezelf over een gevoel in plaats van over je situatie.
De rente is het stuk dat kan bewegen
Lang was de rente op studieschuld nul, en een hele generatie is daarmee gaan rekenen. Zo werkt het niet. De rente wordt voor een periode van vijf jaar vastgezet en daarna opnieuw bepaald op basis van wat de staat zelf betaalt om te lenen. De afgelopen jaren lag dat percentage ergens tussen nul en een paar procent.
Praktisch betekent dat twee dingen. Je maandlast kan bij een nieuwe periode omhoog zonder dat jij iets hebt gedaan. En het argument dat lenen bij DUO altijd bijna gratis is, geldt alleen zolang de rente laag blijft. Kijk daarom bij elke rentewijziging even opnieuw naar je bedrag, in plaats van uit te gaan van wat je in je studietijd hoorde.
Kort gerekend
Restschuld 21.400 euro, aflosfase van 35 jaar, rente rond de 2,5 procent. Je maandtermijn komt dan uit op ongeveer 76 euro. Bij een netto salaris van rond de 2.500 euro is dat grofweg drie procent van wat er binnenkomt.
Zou je in een regeling met 15 jaar zitten, dan ligt datzelfde bedrag eerder rond de 140 euro per maand. Zelfde schuld, ander stelsel, bijna dubbele last. Zoek dus eerst op welke van de twee voor jou geldt voordat je gaat rekenen aan versneld aflossen.
Wat het met je hypotheekruimte doet
Dit is het punt waar de schuld het meest concreet wordt. Bij een hypotheekaanvraag moet je je studieschuld opgeven. Hij staat niet als lening geregistreerd bij het BKR, maar geldverstrekkers vragen er expliciet naar en je kunt bij DUO een overzicht opvragen. Verzwijgen is geen optie, en het komt vrijwel altijd uit.
Sinds een paar jaar wordt gerekend met je werkelijke maandlast en je actuele restschuld, in plaats van met het volledige bedrag dat je ooit leende. Dat is gunstiger dan vroeger, maar het effect blijft groot: elke tientje vaste maandlast drukt je maximale hypotheek. Als grove vuistregel kost een studieschuld van twintigduizend euro je ergens tussen de twintig- en veertigduizend euro leenruimte, afhankelijk van je inkomen, je stelsel en de rentestand.
Twee dingen zijn hier waardevoller dan piekeren. Vraag een adviseur je maximale hypotheek twee keer door te rekenen: met je huidige schuld en met een scenario waarin je er tienduizend euro van hebt afgelost. Dan zie je zwart op wit wat een aflossing je in leenruimte oplevert. En bedenk dat aflossen twee kanten heeft: je leenruimte gaat omhoog, maar je spaargeld gaat omlaag, en dat spaargeld heb je nodig voor kosten koper, die je niet mag meefinancieren.
Versneld aflossen of niet
De rekenkundige kant is redelijk simpel. Zolang de rente op je studieschuld laag is, is versneld aflossen zelden de meest rendabele keuze. Datzelfde geld op een spaarrekening of belegd levert over een lange periode gemiddeld meer op, en je studieschuld heeft bovendien een eigenschap die geen enkele andere lening heeft: hij verdwijnt aan het eind van de aflosfase, hoeveel er dan ook nog openstaat. Puur rekenkundig is dat een argument om niet te haasten.
Maar er is een tweede kant, en die is niet minder echt. Sommige mensen slapen simpelweg beter zonder dat getal in beeld. Ze nemen makkelijker een baanwissel, durven eerder drie maanden zonder inkomen te overbruggen, en zeuren minder aan zichzelf. Rust is geen rendement dat je kunt uitrekenen, maar hij is wel iets waard.
Waar de meeste mensen het over eens zijn: er zijn een paar dingen die vrijwel altijd voorgaan op versneld aflossen. Een buffer van drie maanden vaste lasten. Schulden met een hogere rente, zoals een creditcardsaldo of een doorlopend krediet, die je zonder discussie eerst wegwerkt. En de spaarpot voor kosten koper als je binnen twee jaar wilt kopen. Pas als die drie staan, wordt extra aflossen een serieuze optie.
Kies je toch voor aflossen, doe het dan gedoseerd. Honderd euro per maand extra is voor de meeste mensen beter vol te houden dan een keer vijfduizend euro in een opwelling, en je houdt je buffer intact.
Wat je deze maand kunt doen
Je hoeft geen groot plan te maken. Vier stappen zijn genoeg om van een vaag gevoel naar iets hanteerbaars te komen.
- Log in bij DUO en noteer restschuld, rente, aflosfase en maandtermijn.
- Zet je maandtermijn naast je netto inkomen en bereken het percentage. Dat getal is bijna altijd lager dan je dacht.
- Kijk of je buffer drie maanden vaste lasten dekt. Zo niet, dan gaat dat voor.
- Wil je binnen twee jaar kopen, laat dan een adviseur beide scenario’s doorrekenen voordat je een euro extra aflost.
Voor de exacte regels van jouw situatie ga je naar DUO zelf, en voor de vraag wat verstandig is in jouw geval naar een onafhankelijk financieel adviseur. Wat hier staat is geen advies over jouw schuld, alleen de uitleg die je nodig hebt om het gesprek te kunnen voeren.
En dat gevoel van op min twintigduizend beginnen: dat gaat er niet uit door harder te rekenen. Het wordt wel kleiner op het moment dat je precies weet wat het je per maand kost. Een bedrag kun je hanteren. Een schaduw niet.



