Onafhankelijk magazine

Geld & Gevoel

Voor mannen van 23 tot 35

Waarom de meeste side hustles sterven in maand drie

Abstracte cover in de huisstijl van Geld & Gevoel

In week een sliep je slecht van enthousiasme. Je had de naam bedacht, de domeinnaam vastgelegd voor twaalf euro en tot half twee zitten schetsen. In week acht was je vrijdagavond nog steeds van jou. En ergens in maand drie zit je op een dinsdagavond op de bank, moet je nog twee offertes uitwerken, en denk je voor het eerst: ik doe het volgende week wel.

Dat volgende week komt niet. Dat is waar de meeste projecten naast een baan doodgaan: niet in een dramatisch moment, maar in een stille dinsdag waarop het even niet uitkwam en daarna niet meer terugkwam.

Maand een draait op adrenaline, maand drie op werk

De eerste weken zijn gratis. Alles is nieuw, elke stap voelt als vooruitgang, en het kost je geen wilskracht om na je werk nog twee uur te doen. Dat is geen discipline, dat is nieuwigheid. Nieuwigheid is een brandstof met een houdbaarheid van ongeveer zes tot tien weken.

Wat daarna overblijft is het echte werk: dezelfde dienst voor de vierde keer leveren, achter een factuur aanbellen, een klant die om drie aanpassingen vraagt die je niet had ingecalculeerd. Dat is niet spannend. Als je alleen een systeem had voor de spannende fase, valt het hier om.

Nieuwigheid is een brandstof met een houdbaarheid van ongeveer zes tot tien weken.

Je had een idee, geen klant

Verreweg de meest voorkomende doodsoorzaak. Je bedacht iets waarvan je dacht dat er behoefte aan was, bouwde het, en ging daarna zoeken naar mensen die het wilden kopen. Die volgorde is bijna altijd fataal, want in maand drie sta je met een afgerond product tegenover een markt die je nog nooit hebt gesproken.

Een klant is iets heel concreets: een persoon met een naam, een probleem dat hem geld of tijd kost, en een budget. Als je die drie dingen niet kunt invullen voordat je begint, heb je geen onderneming maar een hobby met een KvK-nummer. Dat mag ook, maar wees dan eerlijk tegen jezelf over wat het is.

De test is simpel en vervelend. Kun je nu, zonder iets te bouwen, drie mensen noemen die hier vandaag voor zouden betalen. Niet drie types mensen. Drie mensen met een naam.

Je bouwde een merk voordat je iets verkocht

Herkenbaar patroon: in de eerste zes weken staat er een logo, een website, een Instagramaccount met negen posts, een mooie naam en een inschrijving bij de KvK. Wat er niet staat, is een factuur.

Dat is begrijpelijk, want al die dingen zijn afvinkbaar en veilig. Je krijgt het gevoel dat je onderneemt zonder dat iemand nee kan zeggen. Verkopen is het tegenovergestelde: iemand kan nee zeggen, en meestal doet hij dat ook een paar keer.

Praktisch: je inschrijving bij de KvK kost eenmalig ruim tachtig euro en die kun je prima uitstellen tot je eerste klant. Je hoeft ook niet meteen btw te ingewikkeld te maken. Blijf je onder de omzetgrens van de kleineondernemersregeling van 20.000 euro per jaar, dan kun je kiezen om geen btw te rekenen, maar dan kun je hem ook niet terugvragen. En zet vanaf de eerste factuur als vuistregel 35 tot 40 procent van je omzet apart op een aparte rekening voor de inkomstenbelasting, want die aanslag komt en hij komt laat.

Wat je in de eerste maand wel en niet nodig hebt

Wel: een manier om betaald te worden, een prijs die je hardop kunt zeggen, en drie mensen die je gaat benaderen.

Nog niet: een logo, een huisstijl, een website met vijf pagina s, visitekaartjes, een boekhoudpakket van 25 euro per maand, of een cursus over hoe je een merk bouwt.

Rekenvoorbeeld: 500 euro omzet naast je baan is bijvoorbeeld twee klussen van 250 euro, of acht uur werk tegen 65 euro per uur. Dat is een enkele zaterdag. Het is geen bedrijf, maar het is wel bewijs dat iemand betaalt.


Er stonden geen uren in je agenda, en niemand vroeg hoe het ging

De twee overgebleven doodsoorzaken horen bij elkaar, want ze gaan allebei over structuur die je van je baan wel krijgt en van jezelf niet.

Op je werk staat het in je agenda, komt er iemand langs, en is er een deadline die niet van jou afhangt. Bij je eigen project is er niets van dat alles. Er is alleen de afspraak met jezelf, en die verlies je van een vermoeide dinsdag, van een verjaardag, en van een serie die net begonnen is.

Behandel het daarom niet als iets wat je doet als je tijd over hebt, maar als een dienst met openingstijden. Dinsdag en donderdag van acht tot half elf. Zaterdagochtend van negen tot twaalf. Die uren staan in je agenda zoals een afspraak bij de tandarts erin staat: je verzet ze, je slaat ze niet over.

En zorg dat iemand ernaar vraagt. Een vriend die ook iets naast zijn baan doet, een oud-collega, iemand uit je opleiding. Elke zondagavond twee berichten: wat heb ik deze week gedaan, wat doe ik volgende week. Dat klinkt onnozel tot je merkt dat je op vrijdag ineens niet met lege handen wilt staan.

Verkoop eerst, bouw daarna

De omkering die de meeste projecten redt: praat met betalende klanten voordat er iets bestaat om te verkopen.

  1. Schrijf in een zin op wat je levert en voor wie, met een prijs erachter. Als je die zin niet kunt opschrijven, is het aanbod nog te vaag om te kopen.
  2. Benader tien mensen persoonlijk. Geen post op sociale media, maar tien individuele berichten of telefoontjes naar mensen die je kent of via via kunt bereiken. Reken erop dat het merendeel niet reageert.
  3. Vraag bij een ja om vooruitbetaling of een aanbetaling van de helft. Dat filtert onmiddellijk tussen mensen die het leuk vinden en mensen die het willen.
  4. Lever het handmatig, lelijk en met te veel eigen uren. Bouw pas iets efficienter als je hetzelfde ding drie keer hebt verkocht.

Het voordeel is niet alleen de omzet. Het voordeel is dat je in maand drie geen abstract idee aan het volhouden bent, maar een afspraak met iemand die al heeft betaald. Dat is aanzienlijk moeilijker om over te slaan.

Hou een cijfer bij, en maar een

Mensen die vastlopen, meten meestal alles of niets. Alles meten wordt zelf werk, niets meten maakt dat je op gevoel vaart en je gevoel is in maand drie somber.

Kies daarom een getal dat direct met geld te maken heeft en schrijf dat elke zondag in dezelfde notitie. Meestal is dat omzet deze maand. In de fase daarvoor kan het aantal verstuurde offertes of gesprekken zijn, want dat is het cijfer waar de omzet uit volgt. Niet volgers, niet websitebezoekers, niet uren gewerkt.

Na acht weken heb je een reeks. Een reeks vertelt je iets wat een gevoel niet kan: gaat dit ergens heen of staat het stil. Dat is precies de informatie die je in maand drie nodig hebt om een besluit te nemen in plaats van langzaam af te haken.

Stoppen is soms het beste besluit dat je neemt

Niet elk project hoort te overleven. Doorgaan met iets waar de markt niet voor betaalt, is duurder dan stoppen, want het kost je avonden, energie en het zelfvertrouwen om ooit nog iets te beginnen.

Redelijke stopcriteria die je vooraf afspreekt: je hebt vijftig mensen benaderd en er is niemand die betaalt. Je hebt na zes maanden minder omzet dan de kosten die je maakt. Of, ook geldig: het werk zelf bevalt je niet, ook op de dagen dat het goed gaat.

Stop dan netjes. Rond lopende klussen af, zeg abonnementen op, schrijf je uit bij de KvK als je niets meer doet, en bewaar je administratie zeven jaar zoals de Belastingdienst vraagt. Schrijf daarna een half A4 over wat je hebt geleerd: welk deel van het aanbod wel aansloeg, welke klanten reageerden, wat je te laat deed. Dat papiertje is de opbrengst, en die is bruikbaar bij het volgende ding.

Maand drie is geen teken dat het niets wordt. Het is het moment waarop het van enthousiasme naar afspraken moet, en dat is een overgang die je van tevoren kunt organiseren. Zet die uren in je agenda voor je ze nodig hebt.