Onafhankelijk magazine

Geld & Gevoel

Voor mannen van 23 tot 35

De buffer van drie maanden: je eerste financiële doel is niet je pensioen

Abstracte cover in de huisstijl van Geld & Gevoel

Vrijdagmiddag, vier uur. Je manager zegt iets over even doorbijten en volgend kwartaal opnieuw kijken. Je knikt. Niet omdat je het ermee eens bent, maar omdat je in je hoofd al hebt uitgerekend hoeveel weken je het uithoudt zonder salaris. Het antwoord was drie.

Dat is het echte probleem in dat gesprek. Niet je manager, niet het kwartaal. Het feit dat je geen positie hebt. En de eerlijke versie is dat bijna niemand die op zijn zesentwintigste heeft, ook niet de mensen die er ontspannen bij zitten.

Wat een buffer eigenlijk koopt

Als je online iets over geld leest, gaat het binnen twee alinea’s over beleggen. Rendement op lange termijn, samengestelde groei, hoeveel je op je zevenenzestigste hebt als je nu begint. Dat klopt allemaal rekenkundig. Het is alleen niet jouw eerste probleem.

Je eerste probleem is dat je op maandag wakker wordt in een baan waar je niet weg kunt. Een buffer verandert dat op een manier die niets met rendement te maken heeft. Hij zet een bodem onder de vraag: wat gebeurt er als dit ophoudt? Zolang dat antwoord onbekend is, onderhandel je vanuit angst. Over je salaris, over je taken, over de vraag of je die functie in Utrecht aanneemt of niet.

Geld op een spaarrekening levert je momenteel misschien anderhalf tot twee procent op. Op vijfduizend euro is dat pakweg tachtig euro per jaar. Dat is niet waarom je het doet. Je doet het omdat de optie om te vertrekken pas bestaat als je hem kunt betalen.

Zolang je niet weet wat er gebeurt als je baan stopt, onderhandel je vanuit angst. Over alles.

Reken met je vaste lasten, niet met je salaris

De standaardregel luidt: drie tot zes maanden salaris. Dat is een slechte regel, want hij schaalt met het verkeerde getal. Als jij netto 2.600 euro verdient en 1.900 euro uitgeeft, dan is drie maanden salaris 7.800 euro en drie maanden leven 5.700 euro. Ruim tweeduizend euro verschil, en dat verschil bepaalt of je doel haalbaar voelt of niet.

Bovendien: als je inkomen wegvalt, gaan je uitgaven mee omlaag. Je gaat niet meer drie keer per maand uit eten als je thuis zit. Reken dus met wat je moet betalen, niet met wat je verdient.

Zet je vaste lasten van vorige maand op een rij. Niet uit je hoofd, maar uit je bankapp. Een realistisch lijstje voor iemand van halverwege de twintig in een middelgrote stad ziet er ongeveer zo uit:

  • Huur, inclusief servicekosten: 950 euro
  • Energie en water: 130 euro
  • Zorgverzekering met eigen risico gespreid: 165 euro
  • Boodschappen: 300 euro
  • Telefoon en internet: 60 euro
  • Vervoer, ov of autokosten: 150 euro
  • Aansprakelijkheids- en inboedelverzekering: 25 euro
  • Aflossing DUO: 90 euro
  • Sportabonnement: 35 euro

Dat is 1.905 euro per maand. Drie maanden daarvan is 5.715 euro. Dat is je doel. Geen 10.000, geen bedrag dat je van iemand op internet hebt overgenomen. Een getal dat je zelf hebt uitgerekend en waarvan je precies weet waar het vandaan komt.

Kort samengevat

Vaste lasten per maand: 1.905 euro. Doelbuffer (3 maanden): 5.715 euro, afgerond 5.700 euro.

Bij 250 euro per maand: ongeveer 23 maanden. Met netto vakantiegeld van circa 1.900 euro erbij in mei: ongeveer 15 maanden.

Zet hem op een aparte spaarrekening zonder pas, direct opneembaar. Niet vastzetten, niet beleggen.

Waar je hem parkeert, en waarom niet in een fonds

Een buffer moet twee dingen doen: er zijn wanneer je hem nodig hebt, en niet minder waard zijn op precies dat moment. Dat sluit beleggen uit. Niet omdat beleggen slecht is, maar omdat de kans dat de markt laag staat en de kans dat jij je baan verliest niet onafhankelijk van elkaar zijn. Een economie die krimpt levert allebei tegelijk.

Praktisch betekent dat: een gewone spaarrekening bij een bank die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel valt, direct opneembaar, zonder pinpas eraan gekoppeld. Geen deposito met een looptijd van twee jaar, want dan is het geen buffer meer maar een belegging met een slecht rendement. Vergelijk de rentes een keer per jaar, maar maak er geen hobby van; het verschil tussen 1,6 en 1,9 procent is op vijfduizend euro vijftien euro per jaar.

Over de belasting hoef je je bij dit bedrag geen zorgen te maken. Het heffingsvrije vermogen in box 3 ligt rond de 57.000 euro per persoon; een buffer van vijf- of zesduizend euro komt daar niet in de buurt. Wel eerlijk zijn: bij een spaarrente onder de inflatie verliest je buffer stilletjes koopkracht. Dat is de prijs van beschikbaarheid, en die is het waard.


Opbouwen als er weinig overblijft

Als je 150 euro per maand overhoudt, duurt 5.700 euro bijna vier jaar. Dat is precies het moment waarop de meeste mensen afhaken. Toch is het niet zo hopeloos als het lijkt, om drie redenen.

Ten eerste is het eerste stuk het belangrijkst. Duizend euro dekt geen drie maanden, maar wel een kapotte laptop, een tandartsrekening en een eigen risico dat in januari in een klap opgaat. Precies de dingen waarvoor je anders rood staat of iets op afbetaling koopt. Zet dat eerste duizendje als tussendoel, en behandel het als een eigen mijlpaal.

Ten tweede zit het echte geld in Nederland niet in je maandelijkse overschot, maar in de brokken. Vakantiegeld in mei, een dertiende maand in december, een teruggaaf van de Belastingdienst, een bonus. Op een brutosalaris van 3.400 euro is het vakantiegeld ongeveer 3.260 euro bruto, en houd je daar netto grofweg 1.900 euro van over. Eén zo’n storting is een derde van je buffer. De vraag is niet of je die maand kunt sparen, maar of je in april al besloten hebt wat ermee gebeurt.

Ten derde: automatiseer het. Een vaste overboeking op de dag na je salaris, naar een rekening die je niet in je hoofdscherm ziet. Geld dat je moet overzetten met een handeling wordt niet uitgegeven. Geld dat op je betaalrekening blijft staan wel, hoe streng je ook bent.

  1. Bereken je vaste lasten uit je bankafschrift van vorige maand.
  2. Open een aparte spaarrekening en geef hem een naam die klopt, bijvoorbeeld Drie Maanden.
  3. Zet een automatische overboeking klaar voor de dag na je salarisbetaling.
  4. Leg nu al vast welk deel van je vakantiegeld en dertiende maand erheen gaat.

Wanneer je hem wel aanspreekt en wanneer niet

Een buffer die je nooit aanraakt is geen buffer maar een trofee. Hij is bedoeld om gebruikt te worden, alleen niet voor alles.

Aanspreken doe je bij inkomensverlies, bij een noodzakelijke reparatie waar je niet omheen kunt, bij een medische rekening, of bij een verhuizing die niet kan wachten. Ook: om ontslag te nemen uit een baan die je kapotmaakt, mits je hebt uitgerekend hoeveel maanden je daarmee koopt. Dat is geen misbruik, dat is de kernfunctie.

Niet aanspreken doe je voor een vakantie, een bruiloft waarvan je de datum al een jaar kent, of een auto die je graag wilt maar niet nodig hebt. Dat zijn geen noodgevallen maar plannen, en plannen spaar je apart voor. Als je merkt dat je buffer elke zomer leeg is en elke winter weer vol, dan heb je geen buffer maar een tussenrekening.

En als je hem gebruikt: vul hem daarna terug in hetzelfde tempo als waarin je hem hebt opgebouwd. Zonder schuldgevoel. Hij heeft precies gedaan waarvoor hij bestond.

Daarna pas de rest

Wat er komt als de buffer staat

Zodra die 5.700 euro er staat, verandert er iets aan de vraag die je jezelf stelt. Niet: red ik het deze maand? Maar: wat wil ik hierna? Dan wordt beleggen wel interessant, en dan is het ook zinvol om te kijken of je pensioenregeling deugt, of je studieschuld extra aflossen slim is, of je over drie jaar een hypotheek wilt aanvragen. Die keuzes hangen af van je situatie, je risicobereidheid en je plannen, en daarvoor is een onafhankelijk financieel adviseur eerlijker dan een artikel.

Wat wel voor iedereen geldt: die keuzes maak je beter met een gevulde spaarrekening dan zonder. Wie geen buffer heeft, moet elke belegging binnen twee jaar weer kunnen verkopen, en dat is precies de manier waarop mensen op het verkeerde moment uitstappen.

Volgend jaar zit je misschien weer op een vrijdagmiddag in zo’n gesprek. Het verschil is dan niet dat je manager anders praat. Het verschil is dat je bij jezelf denkt: ik kan hier ook gewoon weg. Of je dat doet, is een tweede. Dat je het kunt, is het hele punt.